Aardwarmte is warmte in de ondergrond. In Nederland wordt aardwarmte voornamelijk gewonnen voor het verwarmen van kassen, maar ook voor het verwarmen van kantoren en huizen. Bij aardwarmtewinning wordt diep uit de ondergrond warm water omhoog gepompt. Nadat de warmte uit het water is gehaald, wordt het afgekoelde water weer de ondergrond in gepompt. Dit leidt tot een heel klein beetje bodemdaling.
Gasopslag is het tijdelijk en permanent opslaan van gassen in de ondergrond. De tijdelijke opslag van aardgas, stikstof en waterstof dient als een buffer van energie voor later gebruik. In de winter is er bijvoorbeeld meer aardgas nodig voor verwarming. Daarentegen wordt CO2 permanent in de ondergrond onder de Noordzee opgeslagen. Gasopslag zorgt ervoor dat de bodem kan stijgen. Als het opgeslagen gas weer uit de ondergrond wordt gehaald voor gebruik, dan daalt de bodem weer een beetje.
In Nederland wordt al meer dan 60 jaar aardgas uit de ondergrond gewonnen om ons van energie en warmte te voorzien. Door deze gaswinning verandert het volume in de ondergrond en daalt de bodem.
Geologische processen zijn natuurlijke processen die de fysieke kenmerken van de Aarde vervormen en veranderen. In Nederland spelen vooral drie geologische processen een rol: tektoniek, isostasie en sedimentatie. Deze processen verlopen meestal geleidelijk en veroorzaken zowel bodemdaling als bodemstijging.
Grondwateronttrekking is het oppompen van grondwater uit voornamelijk zandlagen in de ondergrond. Het opgepompte grondwater wordt gebruikt voor drinkwater, het besproeien van landbouwgewassen en andere doeleinden. Door het oppompen kan de grondwaterstand dalen. Dit kan voor bodemdaling zorgen die meestal gering is.
Op veel plekken in Nederland komt klei voor in de bovenste meters van de ondergrond. Als deze klei uitdroogt daalt de bodem. Als uitgedroogde klei echter weer water opneemt vindt er juist bodemstijging plaats.
Veranderingen in het landschap, bijvoorbeeld het ophogen of afgraven van grond, en natuurlijke processen zoals erosie, kunnen er voor zorgen dat de bodem daalt of stijgt. Zulke landschapsveranderingen hebben invloed op slappe bodems, waaronder veen en klei maar ook op duinen en kustgebieden.
In de Nederlandse ondergrond zit aardolie. Al 70 jaar wordt op een aantal locaties in Nederland aardolie gewonnen. Omdat aardolie in de ondergrond vaak stroperig is, wordt er meestal bij het winnen van de aardolie water of stoom in de ondergrond gepompt. Dit helpt om de olie makkelijker naar boven te pompen. De winning van aardolie zorgt voor een klein beetje bodemdaling.
In droge, warme periodes zoals in de zomer verdampt er veel water uit de bodem. Daardoor krimpt de bodem. Tijdens natte, koude seizoenen zoals in de herfst en winter neemt de bodem juist water op en zet uit. Vooral klei- en veenbodems reageren sterk op veranderingen en wisselingen in het vocht- en watergehalte. Daarom kan de bodem in de loop van het jaar zowel dalen als stijgen onder invloed van de seizoenen.
In de 20e eeuw werd tot in de jaren ’70 op grote schaal steenkool gewonnen in Zuid-Limburg. Het werd gewonnen uit de ondergrond op dieptes van tientallen meters tot bijna 1000 meter. De steenkoolwinning en het wegpompen van het grondwater om de mijnen droog te houden veroorzaakte bodemdaling. Na het sluiten van de laatste steenkoolmijn in 1974 keerde het grondwater weer terug. Tot op de dag van vandaag stijgt hierdoor de bodem.
In veel delen van Nederland ligt veen in de ondergrond. Veen is een vochtige grondsoort die uit plantenresten bestaat. Zolang veen onder water ligt, blijft het grotendeels behouden. Maar, als het droog komt te liggen en in contact komt met zuurstof, vergaat het veen. Dit proces heet veenoxidatie. Door veenoxidatie verdwijnt het veen, waardoor de veenlaag steeds dunner wordt. Dit leidt tot bodemdaling en is een onomkeerbaar proces.
In de Nederlandse ondergrond zitten gesteentelagen die uit zout bestaan Om zout te winnen wordt zoet water in de ondergrond gepompt. Dit water lost het zout op. Hierdoor ontstaan cavernes die met zout water zijn gevuld. Het zoute water wordt vervolgens opgepompt en tot zout verwerkt. Door zoutwinning kan de bodem dalen.
In een oogopslag alle oorzaken zien?
We hebben ze voor je in kaart gebracht. Vind je het handiger om op een kaartje te klikken?