
Nieuwe H3O‑modellen geven gedetailleerd inzicht in de ondergrond van Zuid‑Nederland
Onder grote belangstelling zijn donderdagmiddag 28 mei tijdens het H3O symposium twee afgeronde projecten binnen het H3O-programma gepresenteerd: H3O-Diep Zuid Nederland en H3O-Peelhorst & Venloslenk. De projecten zijn uitgevoerd door TNO Geologische Dienst Nederland (TNO-GDN), in nauwe samenwerking met de provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland als projectpartners. De Geologische Dienst van Noordrijn-Westfalen was bovendien betrokken bij het project H3O-Peelhorst & Venloslenk.
Programma
Het H3O-symposium is door de provincie Noord-Brabant georganiseerd en vond plaats op een bijzondere locatie: het PSV-stadion in Eindhoven.
Het programma stond in het teken van de totstandkoming van de modellen en de toepassing van de resultaten. Voor de makers was het waardevol om te zien dat deze kort na vrijgave al veelvuldig worden gebruikt.
Achtergrond, werkwijze en belangrijkste resultaten
Bas Maes, gedeputeerde Energie van de provincie Noord-Brabant, verzorgde het welkomstwoord en benadrukte het belang van goede kennis van de ondergrond voor beleid en uitvoering. Aansluitend gaf TNO-GDN een toelichting op de twee H3O-projecten en het vervolg binnen het H3O-programma. Daarbij werd ingegaan op de achtergrond, werkwijze en belangrijkste resultaten. Voor beide projecten vormde het herinterpreteren van breuken in de ondergrond een belangrijk onderdeel van het onderzoek. De daaropvolgende presentatie van Landslide Milieu adviesbureau over het herkennen van breuken in de ondiepe ondergrond sloot hierop aan.
Toepassing H3O-modellen
In het tweede deel van de middag stond de toepassing van de H3O-modellen centraal. Haskoning liet zien hoe de resultaten worden gebruikt in regionale grondwatermodellen. Daarbij werd duidelijk dat de H3O-modellen leiden tot een merkbare verbetering van deze regionale grondwatermodellen. Ook werden door Sweco aandachtspunten benoemd om het gebruik verder te vergemakkelijken.
IF Technology presenteerde hoe de modellen gebruikt zijn voor het in kaart brengen van de potentie van aardwarmte. Een afsluitende bijdrage van TNO-GDN ging in op de risico’s van geothermie in relatie tot grondwater en mogelijke beheersmaatregelen.
De middag werd afgesloten door Michiel van der Meulen, hoofdgeoloog van TNO‑GDN en verantwoordelijk voor de vrijgave van de H3O-modellen. Hij benadrukte het belang van de projectresultaten en de samenwerking met regionale en internationale partners, en plaatste de H3O‑projecten in de context van het huidige karteerprogramma.
“De resultaten die vandaag zijn gepresenteerd, zijn bereikt door intensieve samenwerking tussen diverse partijen en het samenbrengen van hydrogeologische data over landsgrenzen heen. Dat de modellen nu al in gebruik zijn en dat er interesse is vanuit andere regio’s, bevestigt het belang van waar H3O voor staat: hydrogeologische 3D-modellering van de ondergrond”, aldus Michiel van der Meulen.
Projecten binnen het H3O-programma
Net als voorgaande projecten binnen het H3O-programma leveren de projecten 'H3O-Diep Zuid Nederland' en 'H3O-Peelhorst & Venloslenk' nieuwe driedimensionale (hydro)geologische modellen van de ondergrond. Meer informatie over het H3O-programma vind je hier: H3O-Programma.
Project H3O-Diep Zuid Nederland richt zich op het in detail in kaart brengen van de diepe ondergrond in Zuid Nederland, met specifieke aandacht voor dieper gelegen gesteentelagen. In combinatie met andere H3O projecten ontstaat hiermee een vrijwel compleet beeld van de ondergrond in dit gebied, van het maaiveld tot in de diepere lagen.
Project H3O-Peelhorst & Venloslenk focust op een gebied met een complexe geologische opbouw, waarin breuksystemen een belangrijke rol spelen. Door deze beter in kaart te brengen en te verfijnen, is het inzicht in de opbouw en eigenschappen van de ondergrond vergroot. Dit is onder andere van belang voor toepassingen zoals grondwaterbeheer en geothermie.
Projectresultaten downloaden
De modeldatasets zijn beschikbaar via DINOloket:



