
E-learning 'Geologie van Nederland': waarom kennis van de ondergrond belangrijk is
Begin maart 2026 lanceerden TNO Geologische Dienst Nederland (TNO-GDN) en de Bodembreed Academie (BBA) de nieuwe, gratis e‑learning ‘Geologie van Nederland’. Deze biedt een laadrempelige introductie tot de geologie en het ontstaan van de Nederlandse ondergrond. Het product is in de eerste plaats bedoeld voor professionals, die bij overheden werken aan bodem- en ondergrondvraagstukken en zelf geen geowetenschappelijke achtergrond hebben.
TNO-GDN interviewde Marco Vergeer over zijn ervaringen en de waarde voor beleidsmedewerkers. Marco is secretaris van het Gemeentelijk netwerk Bodem en Ondergrond (WEB), dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) inhoudelijk adviseert.
Waarom kennis van de ondergrond belangrijk is
In vraagstukken rond de energietransitie, grondwaterbeheer, drinkwaterbescherming en ruimtegebruik speelt de ondergrond een grote rol. De e-learning helpt om deze vraagstukken beter te begrijpen door inzicht te geven in hoe geologische processen het ontstaan van de Nederlandse ondergrond hebben bepaald en nog steeds bepalen, en in hoe we dit weten. Voor veel beleidsmedewerkers bij gemeenten is dit geen vanzelfsprekend onderdeel van hun achtergrond.
Marco Vergeer volgde de e-learning op verzoek van TNO-GDN. In zijn werk als secretaris en als bestuurskundig adviseur ervaart hij dagelijks de behoefte aan kennis over de diepe ondergrond.
“Voor gemeenten is het relevant om kennis over de diepe ondergrond op een makkelijke manier beschikbaar te hebben. Daarom dacht ik: laat ik de e-learning 'Geologie van Nederland' doen om mijn kennis te toetsen en te actualiseren.”
Van sectorale oplossingen naar een integrale aanpak
Volgens Vergeer sluit de e-learning goed aan bij de kennisbehoefte van gemeenten. Waar eerder vaak vanuit sectorale kennisbronnen rondom bodemkwaliteit, energie of klimaatadaptatie werd gedacht, verschuift de aandacht nu naar een integrale aanpak. “Wat we vanuit het gemeentelijk netwerk zien, zowel in het beleid als op de werkvloer, is dat er steeds meer wordt gekeken naar het totale bodem- en ondergrondsysteem.”
De rol van de diepe ondergrond wordt steeds belangrijker, bijvoorbeeld bij vraagstukken rondom energie en drinkwater. Voor beleidsmedewerkers zonder geowetenschappelijke achtergrond is het daarom nodig om basiskennis van de diepe ondergrond te verkrijgen en om te weten wat de ondergrond ons kan opleveren en wat er mogelijk is. “Op de eerste plaats is kennis over de diepe ondergrond van belang, omdat gemeenten daar in potentie hun energie vandaan kunnen halen. Bovendien is het relevant in relatie tot het verantwoord winnen van drinkwater”.
Vergeer vervolgt: “Voor mijzelf was dit de reden om de e-learning te doen. Bovendien spreek ik regelmatig geologen en was ik benieuwd of de e-learning mij informatie biedt die me helpt het gesprek beter te voeren en te volgen.”
Toegankelijk en stap voor stap opgebouwd
De inhoud van de e-learning is goed en rustig opgebouwd: “In het begin word je langzaam meegenomen. Dat is nodig als je geen geowetenschappelijke achtergrond hebt, zoals ik. Begrippen worden stap voor stap geïntroduceerd en de combinatie van uitleg en toetsvragen helpt om de hoeveelheid informatie behapbaar te houden.”
De aanpak, waarbij je eerst vragen krijgt en daarna uitleg, vond Vergeer verrassend en effectief. ”Doordat je eerst moet nadenken, ga je anders door de toelichting heen. Het woordenboek dat in de e-learning is opgenomen, heb ik hierbij regelmatig bekeken. En gelukkig waren de vragen triggers, geen examenvragen.”
De e-learning heeft hij in ongeveer een uur afgerond: “Een goed besteed uurtje, waarin ik in mijn eigen tempo de e-learning heb kunnen doen. Bovendien is het voor mij ook een leerproces. Als ik dat zou willen kan ik het opnieuw doorlopen. Eigenlijk is het een soort naslagwerk met veel nuttige informatie.”
Beter aansluiten op de praktijk door een gemeenschappelijke taal te spreken
De e-learning helpt bij de aansluiting tussen beleidsmedewerkers en geowetenschappelijke experts.
“Door deze e-learning ben ik meer vertrouwd geraakt met de termen. Ik spreek regelmatig geologen en kan ze opeens beter volgen,” zegt Vergeer.
De e-learning draagt daarmee bij aan het ontwikkelen van een meer gemeenschappelijke taal. Dat is heel belangrijk, vindt hij, omdat het helpt om vraagstukken beter te duiden en gerichter in gesprek te gaan met experts. Vergeer vervolgt: “Andersom geldt het natuurlijk ook: mensen die bovengronds werken hebben ook hun belangen en opgaven. Een gemeenschappelijke taal helpt hen om hierover het gesprek met geologen aan te gaan en de juiste termen te gebruiken.”
“Veel mensen, die werken met bodem- en ondergronddossiers, zouden bij wijze van spreken een veenbodem hetzelfde behandelen als een zandbodem. Je moet wel weten in welk systeem je werkt, dus het is goed dat we beter begrijpen hoe de ondergrond, ook de diepe ondergrond, in elkaar steekt. Breuken in de diepe ondergrond bijvoorbeeld, deze informatie is van belang wanneer je iets in de ondergrond wilt. Ik vond dat heel duidelijk in de e-learning uitgelegd.”
Een goede samenwerking tussen beleidsmedewerkers en geo-experts vraagt om gedeeld begrip van de ondergrond. Basiskennis helpt om vraagstukken beter te duiden, kan verkeerde aannames voorkomen en maakt het mogelijk om gerichter met experts in gesprek te gaan en sneller te bepalen wat bij een situatie past.
Voor wie is de e-learning bedoeld?
Voor beleidsmedewerkers met specifieke ondergronddossiers is de e-learning volgens Vergeer een noodzaak. “In sommige delen van het land is de diepe ondergrond relevanter dan elders. Voor veel gemeenteambtenaren die hiermee bezig zijn, meestal vanwege de energietransitie, is de e-learning een handige manier om snel ‘on speaking terms’ te komen. Het kan namelijk gebeuren dat een bestuurder of collega bij de totstandkoming van een warmteprogramma roept te willen gaan werken met aardwarmte, terwijl jij weet dat ze de potentie nog niet hebben verkend. Dan kijken ze vaak naar de bodemmedewerker, van wie ze denken dat die ook verstand heeft van de diepe ondergrond. Je kunt maar beter voorbereid zijn!”
Voor bestuurders ziet hij de e-learning vooral als aanvullend en ondersteunend, afhankelijk van het dossier. “Voor bestuurders in gebieden waar opslag van aardgas, winning van aardwarmte of bodemenergiesystemen speelt, is de e-learning een goed besteed uurtje als achtergrondinformatie. Je moet dit als bestuurder dan wel aangereikt krijgen, bijvoorbeeld via een beleidsadviseur die op zoek is naar: hoe kan ik mijn bestuurder snel en efficiënt informeren?”
“Als beleidsmedewerker bij een gemeente kun je je bestuurder een stuk van vier pagina's opsturen met de kans dat het niet gelezen wordt. Je kan ook zeggen: “Bekijk dit filmpje even, of volg deze e-learning, dan ben je redelijk op de hoogte.”
Reflectie: wanneer is de e-learning succesvol?
“Als je een brug weet te slaan tussen de beleidstaal van de ambtenaar en de experts bij de Geologische Dienst, dan ben je ver gekomen”, zegt Vergeer. De e-learning draagt daaraan bij door een eerste introductie in de ondergrond te geven, zodat beleidsmedewerkers deze kennis beter kunnen toepassen in hun eigen werkomgeving en verbinden aan de praktijk. Tegelijkertijd benadrukt hij dat dit nadrukkelijk een eerste stap is: “Het is niet zo dat je na deze e-learning klaar bent.”
Vooruitblik: eerst de juiste vragen, daarna verdieping
Na de e-learning begint het eigenlijk pas. In de praktijk moeten beleidsmedewerkers vooral snel kunnen duiden wat wel en niet zinvol of realistisch is. “Over die duiding kun je echt geen maand doen,” aldus Vergeer. Volgens hem ligt de sleutel bij het stellen van de juiste vragen. Beleidsmedewerkers zijn de schakel tussen bestuur en uitvoering en vertalen continu strategische ambities naar praktische vragen.
“Het is de kunst om de slag van praktijkvraag naar kennisvraag te maken”.
Dat is niet eenvoudig. Om niet een verkeerde afslag te nemen, is het belangrijk om steeds scherp te krijgen wat je nu eigenlijk wilt weten. Daarbij helpt het om samen met een inhoudelijk expert de vraag verder te verkennen en aan te scherpen. De e-learning helpt om met meer vertrouwen het gesprek aan te gaan en het gesprek beter te volgen. Hierdoor blijf je als beleidsmedewerker inhoudelijk aangehaakt bij het uiteindelijke advies aan je bestuurder.
Verdieping
Pas daarna komt verdere verdieping in beeld. Wat Vergeer betreft is de volgende stap een verdiepende e-learning over potenties en kwetsbaarheden van de diepe ondergrond, zodat beleidsmedewerkers beter onderbouwd kunnen afwegen wat waar kansrijk is en wat niet.
Toekomst: gebiedsgerichte toepassing
Vergeers toekomstvisie is een meer gebiedsgerichte aanpak, waarbij beleidsmedewerkers snel inzicht krijgen in de ondergrond op een specifieke locatie of in een concreet gebied: hoe werkt die ondergrond eigenlijk en wat zijn de potenties en kwetsbaarheden? “Bij wijze van spreken zet je een prik op de kaart en vervolgens krijg je informatie over hoe de ondergrond er daar uitziet en wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn.”
Interesse?
Wil je zelf ervaren wat de e-learning je oplevert? Volg de gratis e-learning via het leerplatform van BBA en krijg in een uur inzicht in de geologie en de opbouw van de Nederlandse ondergrond.



