Schade aan infrastructuur


Voor onze infrastructuur kan bodemdaling grote gevolgen hebben. Dit geldt voor heel Nederland, maar vooral in gebieden met een slappe ondergrond, zoals veen en klei. In deze gebieden is de bodem minder stabiel.

Door bodemdaling kan de grond onder bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen, rioleringen en dijken zakken. De bodemdaling in gebieden met een slappe ondergrond (klei of veen) is veelal ongelijkmatig wat kan leiden tot bijvoorbeeld hobbelige wegen of verzakkingen van wegen. Ook kunnen rioleringen scheuren, waardoor lekkages ontstaan.

Op grotere schaal kunnen dijken en kades verzakken door bodemdaling. Om de bescherming tegen overstromingen te behouden moet dit vaak worden hersteld door de dijken of kades te verhogen en te versterken. Dit herstel brengt veel kosten met zich mee.