
Schade aan gebouwen
Bodemdaling kan schade aan gebouwen veroorzaken, vooral wanneer ze op een ondiepe fundering zijn gebouwd (dit wordt ook wel een ‘fundering op staal' genoemd, waarbij ‘staal’ niets met het materiaal staal te maken heeft, maar “vaste plaats” betekent). Ondiepe funderingen liggen direct op de bodem en worden vaak voor lichtere bouwconstructies gebruikt, zoals huizen of schuren. Dit type fundering beweegt mee met het dalen of stijgen van de bodem, en is daarom gevoelig voor bodemdaling. Als de grond onder ondiepe fundering ongelijkmatig daalt, kunnen bijvoorbeeld scheuren in muren ontstaan.
Bij gebouwen met een diepe fundering (met palen op een stabiele zandlaag) kan, daar waar de leidingen aansluiten op het gebouw, schade ontstaan door bodemdaling. Dit komt omdat de grond met de leidingen zakt en het gebouw (bijna) niet.
Vanwege bodemdaling neemt het risico op wateroverlast toe. Om dat te voorkomen, wordt vaak het grondwaterpeil verlaagd, wat grote gevolgen kan hebben voor funderingen die op houten palen zijn gebouwd. De funderingspalen die in de grond zijn geslagen om gebouwen te ondersteunen komen door lager grondwater droog te staan. Als ze hierdoor met lucht (zuurstof) in aanraking komen, kunnen ze gaan rotten. Dit wordt ‘funderingsrot’ genoemd. De aantasting van de houten funderingspalen door funderingsrot verzwakt de fundering, waardoor gebouwen kunnen verzakken. Funderingsrot kan echter ook door andere oorzaken dan bodemdaling ontstaan: door het grondwaterpeil kunstmatig te verlagen bijvoorbeeld, of door slecht onderhoud.