Mijnbouwwet


Dieper gelegen activiteiten zoals het opsporen en winnen van delfstoffen (gas, zout en olie) en aardwarmte, en het ondergronds opslaan van stoffen (aardgas, stikstof en CO2) vallen onder de Mijnbouwwet. Deze wet regelt het gebruik van de diepe ondergrond. De Mijnbouwwet geldt voor (mijnbouw)activiteiten vanaf 100 meter diepte en voor aardwarmte vanaf 500 meter. Een uitzondering hierop is de voormalige winning van steenkool in Limburg.

Bodemdaling en bodemstijging in de Mijnbouwwet

In de Mijnbouwwet wordt de term “bodembeweging” gebruikt als mogelijk gevolg van mijnbouwactiviteiten. Met “bodembeweging” wordt zowel bodemdaling als bodemstijging bedoeld, maar ook bodemtrillingen veroorzaakt door seismiciteit (aardbevingen). Deze informatiepagina behandelt beleid en regelgeving bij bodemdaling en bodemstijging.

Op de pagina ‘Meer informatie’ is een hyperlink naar de Mijnbouwwet opgenomen. Hier worden bovendien relevante artikelen binnen de Mijnbouwwet vermeld, waarin bodembeweging wordt genoemd in relatie tot de effecten en schade door bodemdaling en bodemstijging.

Beoordeling bij vergunningaanvraag

Voor het opsporen, winnen of opslaan van stoffen vanaf 100 meter diepte in de ondergrond, en voor het opsporen of winnen van aardwarmte vanaf 500 meter diepte, is een vergunning vereist. Daarnaast moet bij het winnen een winningsplan en bij het opslaan een opslagplan worden ingediend.

De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) is het bevoegd gezag en beoordeelt de ingediende plannen onder meer op:

  • de verwachte bodemdaling,
  • en op de maatregelen die de aanvrager neemt om bodembeweging (waaronder bodemdaling en -stijging) en eventuele schade te voorkomen of te beperken.

Toezicht en monitoring

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op bodemdaling als gevolg van het gebruik van de diepe ondergrond. Bedrijven zijn wettelijk verplicht om een meetplan bij SodM in te dienen. Dit plan moeten ze jaarlijks actualiseren. In het meetplan staat hoe zij de bodembeweging ten gevolge van hun activiteiten meten. SodM controleert of de bodemdaling binnen de grenzen blijft die zijn toegestaan.

Bodemdaling en bodemstijging door mijnbouwactiviteiten

Mijnbouwactiviteiten, zowel het winnen van gas, olie, zout en aardwarmte als het ondergronds opslaan van stoffen, veroorzaken veranderingen in de ondergrond die in de meeste gevallen tot bodemdaling, en soms tot bodemstijging leiden.

  • Bodemdaling door mijnbouwactiviteiten vindt gelijkmatig en langzaam plaats en strekt zich uit over een groot gebied.
    Ervaring leert dat er vanaf circa vier centimeter bodemdaling aanpassingen in het waterbeheer nodig zijn om vernatting van landbouwgrond te voorkomen. Deze aanpassingen betreffen waterbeheermaatregelen en worden in de langjarige beheerplannen van waterschappen opgenomen. Het bedrijf dat de bodemdaling veroorzaakt, moet betalen voor de mitigatie of de gevolgen daarvan.
  • Bodemstijging komt ook in Nederland voor. Het vindt voornamelijk boven delen van de voormalige steenkolenmijnen in Limburg plaats als gevolg van stijgend grondwater.

Schade door bodemdaling en bodemstijging in relatie tot de Mijnbouwwet

Schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten wordt in verschillende regelingen en besluiten onder de Mijnbouwwet behandeld. De kosten voor het herstellen van schade door bodemdaling (of bodemstijging) veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten zijn wettelijk voor rekening van het betrokken mijnbouwbedrijf.

In de provincies Groningen en Fryslân is een Commissie Bodemdaling door aardgaswinning opgericht. Deze commissie helpt mensen die te maken hebben met schade door bodemdaling. Namens alle betrokken partijen bekijkt de commissie welke maatregelen nodig zijn om schade door gaswinning te voorkomen, te beperken of te herstellen. Ook berekent de commissie de vergoeding voor de kosten van deze maatregelen.
Voor de provincie Groningen is per 1 juli 2020 de Tijdelijke wet Groningen in werking getreden. Nieuwe schadegevallen door bodemdaling wordt sindsdien afgehandeld door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG).

Voor de rest van Nederland, dat wil zeggen: de gebieden buiten de bevoegdheid van het IMG, is er de Commissie Mijnbouwschade. Deze commissie beoordeelt en behandelt schadeclaims. Als de commissie vaststelt, dat de schade redelijkerwijs aan een specifieke mijnbouwactiviteit kan worden toegeschreven, wordt een vergoeding toegekend.

Het winnen van gas, olie, zout of aardwarmte uit de diepe ondergrond stopt op een gegeven moment. Daarna is nazorg nodig. Net als de overheid hebben de betrokken bedrijven een zorgplicht. Als een bedrijf geen gas, olie, zout of aardwarmte meer kan winnen, bijvoorbeeld door een faillissement, kan het Waarborgfonds Mijnbouwschade helpen. Dit fonds zorgt er dan voor dat schade toch wordt afgehandeld.

De hierboven (cursief) vermelde commissies, de tijdelijke wetgeving en het waarborgfonds staan met hyperlink vermeld op de pagina 'Meer informatie'.

Terug naar Beleid en regelgeving?

Ga naar de startpagina over hoe beleid en regelgeving rond bodemdaling en bodemstijging is georganiseerd in Nederland.