Meer informatie


De twee belangrijkste wetten die bij bodemdaling en bodemstijging een rol spelen zijn de Mijnbouwwet en de Omgevingswet. (In de Mijnbouwwet worden bodemdaling en bodemstijging met “bodembeweging” aangeduid). De hyperlinks naar beide wetten, onderliggende besluiten, regelingen en maatregelen die relevant zijn, staan hieronder vermeld. Daarna volgen voorbeelden van beleid, maatregelen en algemene informatie die specifiek betrekking hebben op bodemdaling en bodemstijging.

Mijnbouwwet en gerelateerde besluiten en regelingen

  • Artikel 1 Mijnbouwwet: het opsporen, winnen of opslaan van stoffen vanaf 100 meter diepte en aardwarmte vanaf 500 meter is vergunning plichtig. Bij het opsporen hoort een geologisch rapport (Mijnbouwregeling, artikel 1.3.1 en bijlagen), dat als opsporingsplan dient. Voor winnen en opslaan gelden respectievelijk een winningsplan en een opslagplan.
  • Artikel 2, lid 2 Mijnbouwwet bepaalt dat activiteiten in de ondergrond tot een diepte van 100 meter onder de Omgevingswet vallen: "Deze wet, met uitzondering van artikel 51, is met betrekking tot delfstoffen slechts van toepassing, voorzover de delfstoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem aanwezig zijn."
  • Artikel 2, lid 3 Mijnbouwwet bepaalt dat de Mijnbouwwet alleen van toepassing is op aardwarmte (bodemenergie) dieper dan 500 meter. Bodemenergiesystemen tot 500 meter vallen daarmee onder de Omgevingswet: “Deze wet is met betrekking tot aardwarmte slechts van toepassing, voorzover de aardwarmte op een diepte van meer dan 500 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem aanwezig is.
  • Mijnbouwbesluit, artikel 2, lid 1, onderdeel c beschrijft dat "water ten behoeve van het opslaan van warmte of koude op een diepte van ten hoogste 500 meter" een uitzondering is bij het aanwijzen van een "mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n van de wet”. Hieruit volgt dat bodemenergiesystemen tot 500 meter diepte niet onder de Mijnbouwwet maar onder de Omgevingswet vallen.
  • Artikel 24o Mijnbouwwet en Artikel 24af Mijnbouwwet bepalen dat aanvragen voor respectievelijk een startvergunning en een vervolgvergunning aardwarmte een beschrijving moeten bevatten van de verwachte, dan wel gemeten en nog te verwachten bodembeweging ten gevolge van de winning en, “indien dit nodig is gelet op de verwachte bodembeweging”, “de maatregelen […] om bodembeweging te voorkomen of te beperken” en “de maatregelen […] om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken”.
  • Artikel 31b Mijnbouwwet en Artikel 31d Mijnbouwwet: in een vergunningaanvraag en een vergunning voor het permanent opslaan van CO₂ moet bodembeweging als onderdeel worden beschreven.
  • Artikel 33 Mijnbouwwet: de vergunninghouder “neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat […] schade door bodembeweging wordt veroorzaakt.
  • Artikel 35 Mijnbouwwet: het winningsplan bevat een beschrijving van “de bodembeweging ten gevolge van de winning […] en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging…”.
  • Artikel 52g Mijnbouwwet (Groningenveld) verplicht de houder van de winningsvergunning Groningenveld tot het uitvoeren van nadere metingen en analyses ten behoeve van inzicht in de verwachte bodembeweging en de risico’s ervan, het opstellen van een nazorgplan, en tot het verstrekken van alle benodigde gegevens voor door de Minister opgedragen analyses ten aanzien van de verwachte bodembeweging.
  • Tijdelijke wet Groningen regelt de afhandeling van schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg en Grijpskerk. De wet stelt verder het Instituut Mijnbouwschade Groningen in, dat onafhankelijk schadeclaims behandelt en vergoedingen vaststelt.
  • Hoofdstuk 6 Mijnbouwwet: de Mijnraad adviseert de Minister bij besluiten over vergunningen en winningsplannen, waarbij de Mijnraad onder meer “de effecten van de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging” betrekt.
  • Hoofdstuk 9 Mijnbouwwet: Waarborgfonds mijnbouwschade vergoedt schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten wanneer mijnbouwbedrijven daartoe niet in staat zijn, bijvoorbeeld bij faillissement. Het fonds wordt gevuld door bijdragen van mijnbouwondernemingen en fungeert als vangnet voor schade door mijnbouwactiviteiten.

Omgevingswet en gerelateerde regels en besluiten

  • Omgevingswet (basiswet voor de leefomgeving).
  • Aanvullingswet bodem Omgevingswet. Vult de Omgevingswet aan met regels over bodemkwaliteit en -beheer. In de memorie van toelichting wordt bodemdaling expliciet genoemd als beleidsopgave.
  • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Uitvoeringsbesluit bij Omgevingswet. In toelichting bij artikel 5.89p wordt bodemdaling genoemd als risico voor funderingen en waterbeheer.
  • Nadeelcompensatie:
    In sommige gevallen kan, als gevolg van waterhuishoudkundige maatregelen (zoals grondwaterpeilbeheer of ontwatering), onder bepaalde voorwaarden een beroep worden gedaan op nadeelcompensatie. Dit is in onder andere in hoofdstuk 15 van de Omgevingswet geregeld (en sluit aan op de regeling in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). De schade moet dan het gevolg zijn van een rechtmatig overheidsbesluit en onevenredig zijn ten opzichte van het normaal maatschappelijk risico.
    Op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO, Kenniscentrum van de overheid) is hier ook informatie over te vinden: Nadeelcompensatie | Informatiepunt Leefomgeving.
    Overheden hanteren hiervoor eigen beleidsregels, zoals de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024, die de toepassing van de nadeelcompensatieregeling uit de Omgevingswet (en de Awb)nader invult.

    NB: Wanneer nadeelcompensatie niet van toepassing is kan in bepaalde situaties wellicht gebruik gemaakt worden van het civiele recht, bijvoorbeeld via aansprakelijkheidsstelling op grond van onrechtmatige daad of hinder. In de praktijk is dit echter niet realistisch, omdat waterhuishoudkundige maatregelen vrijwel altijd plaatsvinden binnen het kader van lokaal of regionaal beleid en geldende wet- en regelgeving. Er is sprake van rechtsmatig overheidshandelen, wat aanspraak op het civiele rechtelijk in de regel uitsluit.

Voorbeelden van beleid

Maatregelen

De restzettingseis is een technische lokale maatregel / norm die een grens stelt aan de maximale toegestane bodemdaling (zetting) na aanleg of reconstructie van infrastructuur of bebouwing. De restzettingseis kan lokaal in beleid geïmplementeerd worden en is bedoeld om schade aan infrastructuur en gebouwen te beperken. Het is in de praktijk toegepast in de gebouwde omgeving door bijvoorbeeld de gemeente Woerden en de gemeente Oudewater.

Ter ondersteuning van maatregelen bij bodemdaling door mijnbouw zijn de volgende commissies ingesteld:

Terug naar Beleid en regelgeving?

Ga naar de startpagina over hoe beleid en regelgeving rond bodemdaling en bodemstijging is georganiseerd in Nederland.