
Zorgen over toekomst aardwetenschappen: actieplan in de maak
Nederland stevent af op een structureel tekort aan aardwetenschappers, zo wijst de arbeidsmarktstudie ‘De aardwetenschappers van Nederland’ uit. Die zorg stond centraal tijdens het ‘Science Policy Dinner’op 15 april in Den Haag. Vertegenwoordigers van overheid, wetenschap, kennisinstellingen en bedrijfsleven gingen er met elkaar over in gesprek. De uitkomst: er komt een gezamenlijk actieplan om het dreigende tekort aan expertise te helpen keren.
Dat plan moet onder meer ingaan op talentontwikkeling, het beter benutten van kennis uit de fossiele sector voor nieuwe toepassingen zoals geothermie en CO₂-opslag, het vergroten van de zichtbaarheid van het vakgebied en het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven.
Het event werd georganiseerd door het Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG), in samenwerking met NWO, TNO Geologische Dienst Nederland (TNO GDN), Energie Beheer Nederland (EBN) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Ondergrond onmisbaar voor maatschappelijke opgaven
In zijn openingsbijdrage benadrukte Jaap Slootmaker, directeur-generaal Water en Bodem bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het strategische belang van aardwetenschappelijke kennis. Volgens hem vormt die kennis een fundament onder grote maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, waterveiligheid, de energie- en materialentransitie en ruimtelijke inrichting.
Slootmaker lichtte ook de resultaten toe van de nieuwe arbeidsmarktstudie De aardwetenschappers van Nederland. Daaruit blijkt dat de vraag naar aardwetenschappers sterk groeit, terwijl de instroom in aardwetenschappelijke opleidingen grillig is en onvoldoende zekerheid biedt voor de toekomst.
Tekort wordt steeds voelbaarder
Tijdens een ronde langs genodigden werden de zorgen verder verdiept. Vanuit onderwijs en bedrijfsleven werd aangegeven dat het tekort aan aardwetenschappers nu al merkbaar is. Tegelijkertijd werd aangegeven aan dat scholieren het vakgebied vaak onvoldoende kennen, ondanks hun betrokkenheid bij thema’s als klimaat en duurzaamheid.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
In een levendige paneldiscussie, geleid door Jaap Slootmaker, werd ingezoomd op de vraag hoe Nederland de aardwetenschappelijke kennisbasis kan versterken. Vier perspectieven kwamen aan bod:
- Overheid – Kees Hansma (ministerie EZK): noodzaak van kennis voor structurele investeringen en beleid.
- Academie – Roderik van de Wal (UU): behoud van opleidingen en het belang van een grotere instroom.
- Kennisbasis – Tirza van Daalen (TNO-GDN): cruciale rol van goed opgeleide mensen in het toegepast onderzoek.
- Bedrijfsleven – Dineke Wiersma (Porthos): groeiende vraag naar expertise voor energietransitieprojecten.
In de plenaire discussie werd duidelijk dat samenwerking tussen universiteiten, overheid en bedrijfsleven essentieel is om de continuïteit van het vakgebied te waarborgen. De aanwezigen spraken de wens uit om te komen tot gezamenlijke programma’s voor talentontwikkeling, betere zichtbaarheid van het vakgebied en een stabieler opleidingslandschap.
Signalen serieus nemen
Michel Heijdra, namens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, sloot de avond af met de boodschap dat de signalen uit het veld serieus worden genomen. Hij benadrukte dat de aardwetenschappen een strategische kennisbasis vormen voor de toekomst van Nederland.



