Onderzoek naar stikstofinjectie in Groningen: wat laten modelberekeningen zien?


De gaswinning in Groningen is gestopt, maar de ondergrond reageert nog altijd op de effecten van jarenlange gaswinning. TNO onderzocht, met betrokkenheid van TNO Geologische Dienst Nederland, of stikstofinjectie in het Groningen-gasveld kan bijdragen aan het verminderen van toekomstige aardbevingen. Het onderzoek bestaat uit modelberekeningen: er is geen stikstof geïnjecteerd.

De studie laat zien wat er in verschillende mogelijke toekomstige situaties kan gebeuren en vormt daarmee een kennisbasis voor verdere afwegingen. Alle doorgerekende scenario’s gaan uit van een volledige en blijvende stop van de aardgaswinning in Groningen.

Waarom is stikstofinjectie onderzocht?

Door de voormalige gaswinning is de druk in het Groningen-gasveld sterk gedaald. Daardoor is het gesteente waarin het gas zat in de loop van de tijd samengedrukt. Die samendrukking is niet overal gelijk. Daardoor ontstaan verschillen in spanning in de ondergrond. Zulke spanningsverschillen kunnen bijdragen aan aardbevingen.

Stikstofinjectie is onderzocht omdat stikstof de druk in het gasveld deels kan verhogen. Dat kan de ondergrond stabieler maken. Tegelijkertijd kan injectie plaatselijk ook zorgen voor afkoeling van het gesteente. Daardoor kunnen juist nieuwe spanningsverschillen ontstaan. In het onderzoek zijn beide effecten samen doorgerekend: de mogelijke stabilisatie door drukverhoging en de mogelijke extra spanning door afkoeling.

Wat laten de scenario’s zien?

Binnen de onderzochte scenario’s laten de berekeningen zien dat stikstofinjectie het aantal berekende aardbevingen kan verminderen. Het stabiliserende effect van drukverhoging is in deze scenario’s groter dan het mogelijke negatieve effect van lokale afkoeling. De uitkomsten hangen wel af van de aannames in de modellen, zoals de locatie van injectie en de hoeveelheid stikstof.

Wat betekent dit voor mogelijke vervolgstappen?

Het onderzoek laat zien dat stikstofinjectie in geologisch en technisch opzicht een mogelijke manier is om het aantal toekomstige aardbevingen in het Groningen-gasveld te verminderen. In de doorgerekende scenario’s neemt ook het berekende aantal panden dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet af.

Dat betekent niet dat stikstofinjectie automatisch een logische vervolgstap is. Voor een besluit zijn ook maatschappelijke, bestuurlijke en praktische vragen relevant. Denk aan draagvlak van inwoners, beschikbaarheid van stikstof, benodigde bovengrondse installaties, kosten en uitvoerbaarheid. Deze onderwerpen zijn in dit onderzoek niet beoordeeld.

De studie biedt daarmee een wetenschappelijke basis voor verdere afwegingen. Zij laat zien wat technisch en geologisch mogelijk kan zijn, maar doet geen uitspraak over de bestuurlijke, maatschappelijke of praktische wenselijkheid van stikstofinjectie.

Rol van TNO en TNO GDN

Binnen TNO werken verschillende onderzoeksgroepen aan kennis over de ondergrond en de effecten van voormalige gaswinning in Groningen. TNO Geologische Dienst Nederland is een van de partijen die hieraan bijdraagt. Deze kennis helpt om aardbevingen, grondbewegingen en effecten op gebouwen beter te begrijpen en te voorspellen.

Voor deze studie is gebruikgemaakt van de Modelketen Groningen, een open-source softwaretool die TNO ontwikkelt en beheert. Daarmee kunnen onderzoekers berekenen hoe veranderingen in gasdruk kunnen doorwerken in aardbevingen, grondbewegingen en effecten op gebouwen. Zo draagt TNO, met kennis vanuit meerdere onderdelen waaronder TNO Geologische Dienst Nederland, bij aan onafhankelijke kennis voor zorgvuldige besluitvorming over de ondergrond.

Meer weten?

Het onderzoek bouwt voort op de KEM-24b-studie naar reservoirdrukhandhaving door gasinjectie en op een wetenschappelijk artikel over de gecombineerde effecten van stikstofinjectie.

Dit is het wetenschappelijke artikel.